Het gras

Dat het altijd groener is bij de buren. Dat zeggen ze. Over het gras. Maar …

… Mijn buren hebben helemaal geen gras.

Ze hebben stenen. Stuk voor stuk. Soms is er groene aanslag op te bespeuren. En onkruid. Misschien dat het onkruid en de aanslag bij de buren groener is?

(Grote) kleine tuin

Mijn gazonnetje is groen. Er zitten wel wat gelige sprieten tussen. En een paar kale plekken. Maar ik ben tevreden.
Echt een groot grasveld is het niet. Dat scheelt maaien. En aanleggen. Want dat heb ik zelf gedaan.

De aarde moest omgespit. Want ook bij mij in de achtertuin, lagen er aanvankelijk stenen. Met daaronder een witte laag zand. En dan daaronder vruchtbare aarde. Veel werk. Dan blijkt een kleine tuin al snel groot zat.

Niet praktisch

Mij werd verteld dat ik geen gras moest willen. Dat was immers helemaal niet praktisch. Met al dat onderhoud. En maaien. Nu heb ik het toch.

Mijn oudste zoon heeft er over gekropen. Leerde er lopen. Met vallen en opstaan. Mijn jongste zoon al net zo. Ze vielen lekker zacht. Hoezo niet praktisch?

Vorst

Ik stort er op neer. Op veel te drukke dagen. Mijn vrouw naast me. We kijken naar de bomen. De wolken. De stad bestaat dan even niet meer.

Ik weet dan: Ik ben een vorst. Op mijn vierkante meter. Veel groener wordt gras niet.