Het gras

Dat het altijd groener is bij de buren. Dat zeggen ze. Over het gras. Maar …

… Mijn buren hebben helemaal geen gras.

Ze hebben stenen. Stuk voor stuk. Soms is er groene aanslag op te bespeuren. En onkruid. Misschien dat het onkruid en de aanslag bij de buren groener is?

(Grote) kleine tuin

Mijn gazonnetje is groen. Er zitten wel wat gelige sprieten tussen. En een paar kale plekken. Maar ik ben tevreden.
Echt een groot grasveld is het niet. Dat scheelt maaien. En aanleggen. Want dat heb ik zelf gedaan.

De aarde moest omgespit. Want ook bij mij in de achtertuin, lagen er aanvankelijk stenen. Met daaronder een witte laag zand. En dan daaronder vruchtbare aarde. Veel werk. Dan blijkt een kleine tuin al snel groot zat.

Niet praktisch

Mij werd verteld dat ik geen gras moest willen. Dat was immers helemaal niet praktisch. Met al dat onderhoud. En maaien. Nu heb ik het toch.

Mijn oudste zoon heeft er over gekropen. Leerde er lopen. Met vallen en opstaan. Mijn jongste zoon al net zo. Ze vielen lekker zacht. Hoezo niet praktisch?

Vorst

Ik stort er op neer. Op veel te drukke dagen. Mijn vrouw naast me. We kijken naar de bomen. De wolken. De stad bestaat dan even niet meer.

Ik weet dan: Ik ben een vorst. Op mijn vierkante meter. Veel groener wordt gras niet.

 

Gedachteloos

Gedachteloos keek ik om me heen. Maar echt gedachteloos was het natuurlijk niet, dat besefte ik maar al te goed. En daar ging het dan ook al mis.

Naast dat ik, terwijl ik veinste gedachteloos te zijn, dacht of gedachteloos niet als gedachtenloos dient te worden geschreven was ik aan het beseffen dat ik niet zonder gedachte was. Er spookten meerdere gedachten door mijn hoofd, ai ai ai!

Als ik dan toch aan het denken was dan kon ik er natuurlijk ook wat mee gaan doen, zo dacht ik. Maar wat? Op de blog zetten die handel! Maar dan, wat moeten de mensen er mee?

“Die Edward Kobus denkt wat af, denkt zeker dat wij niet denken of die loze gedachten van hem zelf nooit hebben overdacht.” Sorry lezer, ik hoorde het u al denken. En zeker niet onterecht!

Want: wie denk ik wel niet dat ik ben zo gedachtenloos ergens naar starend? En als puntje bij paaltje komt -naar het schijnt is dat een terechte angst- blijkt dat ik toch ergens aan denk. Lezer, ik ben u een excuses verschuldigd!

Ik probeer me een beeld van u te schetsen, zoals u nu voor uw PC zit. Uw ogen glijden over de zin die ik nu tik. Waarom leest u wat u leest? U denkt er het uwe van. Waarom begon ik dit artikel met de zin: “Vervuld met gedachten keek ik om mij heen?” U zou het zich kunnen  afvragen.

Ach wat, aan het einde van de dag denken we allemaal er het onze van. Elk uur, elke godvergeten miliseconde spookt er een gedachte door ons hoofd. Wie er bij nadenkt zou er gek van kunnen worden!

Hoeveel gedachten moet ik nog hebben? Hoe tel ik mijn gedachten? Waar begint een gedachte en waar houdt die op? Was het nu toch gedachtenloos? Was er laatst een meisje loos? Een Zeeuws meisje? En heet het daarom botergeil? Kan ik mijn gedachten niet wat kuisen? Waarom ben ik hier aan begonnen? Zouden mijn lezers begrijpen dat ik vrijelijk aan het associëren ben?

Het is klaar, over en uit. Ik zeg u gedag!

Verkoudheid

Ik was nog een rokend jong mens en verkoudheden duurden een eeuwigheid. Groot was mijn schrik dan ook toen ik vorige week een eerste symptoom tot verkoudheid ontdekte; geïrriteerde slijmvliesen.

Ik zag de bui al hangen. Presentaties, kennis maken met nieuwe mensen, in de kroeg zitten… Allemaal activiteiten die te lijden hebben onder een verkoudheid. Het is mij al eens overkomen dat gezamelijk met een plotselinge lachbui de inhoud van mijn neus zich aan het daglicht, en daarmee aan een groot publiek, openbaarde.

Een loopneus is niet goed voor een eerste indruk. Hoewel iedereen er wel eens last van heeft en mensen zich voornemen er niet te zwaar aan te tillen is het nogal ergerlijk langere tijd in een ruimte te moeten vertoeven met iemand die om de minuut zijn of haar neus ophaalt.

“Snuit je neus leeg!” heb ik menigmaal gewenst als ik gedwongen bij iemand met een loopneus zat. Het snuiten blijkt echter over een soortgelijke irritatiefactor te beschikken. Bijvoorbeeld als iemand er in blijft hangen en een continue stroom van ontstoken slijm het gevolg is. Menig lunchpauze wenste ik mijzelf op welke plek dan ook maar niet bij de snuiter. Het idee dat met ziekte gevulde dikke druppen snot mij om de oren zouden kunnen vliegen…

Verkoudheid is voor niemand prettig. Voor degene die verkouden is niet maar ook niet voor de mensen om diegene heen. Eigenlijk zijn het alleen drogisterijen en fabrikanten van weinig oplossinggerichte producten die er iets mee kunnen.

Ik ben blij te zeggen dat ik in de nadagen van mijn verkoudheid zit. Na lichamelijke inspanningen als trap lopen en fietsen is het deppen van de neus onontkoombaar, voor de rest ben ik volkomen functioneel.

Nu de mensen om mij heen nog…

Dromend van Duitsland

DeutschlandLaat ik beginnen met een cliché: het gras is… maakt u maar af. Een tijd lang heb ik me als Nederlander niet erg prettig gevoeld. Ineens waren we niet meer het tolerante volkje aan de Noordzee maar bleken we een pesthekel te hebben aan imigranten, dweepten we met kale, scheldende, leernichten en verachtten we de inhoudelijk sterkeren. Politiek scheen niet langer om de inhoud te moeten gaan maar om one-liners en vooral veel show. Mensen werden vermoord en temidden van al die verwarring schreeuwde onze minister-president om in Godsnaam over  normen en waarden te gaan discusiëren. Uit sentiment en niet vanuit rede werd een Europees vooruitstrevend document weggestemd.

Ik wilde weg.

Dromend van Duitsland zag ik lange tafels in oneindige Biergarten staan. Ik zag een land dat zich op natuurlijke wijze een positie kon geven binnen een verenigd Europa. Waar dezelfde problemen speelden maar waar daar veel beter mee werd omgegaan. Waar hele goede (Duitstalige, en nee, ik doel niet op Schlager…) muziek werd en nog altijd wordt gemaakt. Een land die politieke stellingname durfde in te nemen tegen de enige grootmacht in de wereld.

In Nederland moeten we altijd over de oorlog beginnen als het over Duitsers gaat. Een beetje bekrompen naar mijn idee. De oorlog is uitgevochten door mensen. De misdaden zijn door mensen begaan. Het is psychologisch bewezen dat ieder mens onder bepaalde omstandigheden in staat is tot de grootste gruweldaden. Niks menselijks is u en ik vreemd, niks onmenselijks ook. Alsof Nederland zo zonder smet was in de jaren ’40 – ’45. Er waren zoveel verzetsleden als NSB’ers en de rest ging gewoon door met leven. Zo goed en zo kwaad als dat ging.

Nog steeds wil ik af en toe weg. Maar aan de andere kant, de mensen van wie ik houd wonen ook in dit land. Ik leer dus maar leven met het feit dat de angst-politiek een steeds grotere vlucht neemt. Dat het moeilijk blijkt te zijn om te gaan met mensen die een andere geloofsovertuiging hebben. Dat er mensen zijn die andere mensen liefst naar hun ‘eigen’ land terugsturen. (in sommige gevallen is dat hetzelfde als iemand dood wensen)

Duitsland is wat dat aangaat leuk voor op vakantie. Zoals vele andere landen dat ook zijn overigens. Ik blijf wel even hier, misstanden aankaarten, erover zeuren en er niks aan doen. Zoals het een echte Nederlander betaamd!

Vloeken

lorreHet stuit mensen tegen de borst, men spreekt er schande van. Wie zich er schuldig aan maakt in het openbaar weet dat velen hun best doen hem te negeren. Met mijn postuur wordt je er mischien zelfs op aangesproken. Dan maak je je excuses, allicht.

Ik zie het als een bombastische uiteenspatting van harde klanken. Iemand die vloekt laat het achterste van zijn tong zien, laat zich kennen. Ik kan soms, mits aan een aantal voorwaarden is voldaan, genieten van vloekende mensen.

Ik ben geen fan van vloeken, mensen die dat om de haverklap menen te moeten doen, daar heb ik het niet zo op. Woorden als ‘shit’, ‘Jezus’, ‘kut’, ‘fuck’, etc, beschouw ik al niet meer als vloek, het lijkt wel of iedereen die om de haverklap bezigt en wat mij betreft zijn het losse flodders. Onder het echte vloekwerk versta ik de godslastering zoals we die allemaal wel kennen, af te korten als ‘gvd’.

Vloeken om te provoceren lijkt me zinloos, welk hoger doel dient immers die provocatie? Nog erger vind ik de bond tegen vloeken. Naar mijn mening lokt dat alleen maar vloeken uit. Omdat ik bepaalde fatsoensnormen hanteer zal ik niet snel vloeken in het openbaar. Als ik een poster van de bond tegen het vloeken zie wordt de drempel echter een stuk lager.

Wat denkt die club mensen te bereiken met die achterlijke papegaai? Mag een mens zelf bepalen wat die zegt? Iedereen die het vloeken van een ander niet wenst te horen heeft twee keuzes. Je kunt iemand negeren of je kunt iemand op zijn of haar gedrag aanspreken. Wat denken die mensen met een poster te bereiken? Geldverspilling die naar mijn mening ieder doel mist. Door zo’n poster wordt er echt niet minder gevloekt. Ik kan het niet wetenschappelijk onderbouwen maar naar mijn idee wordt er alleen maar méér gevloekt, zo’n poster vraagt daar gewoon om. Mensen kunnen zelf heel goed bepalen wat wel en niet gezegd kan worden, laten we accepteren dat wij Nederlanders gewoon een ontzettend hufterig land zijn waar de behoefte aan vloeken nu eenmaal nogal groot is. Wie het vloeken wil tegengaan zou er goed aan doen te kijken waar de drang tot vloeken vandaan komt. Ik kan me voorstellen dat een dergelijk onderzoek de zere plekken van onze natie goed bloot legt.

Wanneer ik geniet van vloekende mensen? Tja, ik heb een nogal eenvoudig gevoel voor humor. Wanneer het iemand tegen zit, de hele dag loopt die al met tegenvallers te kampen; uitgegleden onder de douche, in de hondenpoep gestapt, bus gemist, trein vertraging, eten aangebrand en dan als klap op de vuurpijl met de deur tegen zijn kleine teen aankomt. Dan een opgespaarde vloeksessie! Hartgrondig, alle frustratie er uit, in golven van gepassioneerde furie! Dan zie je even een echt mens, vloekend en wel. Slechts weinig gedichten kunnen een goede partij vloeken overtreffen. 

Vloeken heeft dán ook niks te maken met godslastering of het provoceren van anderen. Iemand heeft het moeilijk, gun het diegene dat er even uit te laten. Het is vaak zo weer voorbij en er wordt niks mee bedoelt.

 Ter verdieping nog twee links: 

http://www.parodie.nl/vloeken/ (bond voor het vloeken) http://www.bondtegenvloeken.nl/ (bond tegen vloeken)

Verzoek!

flesAls co-samensteller van een cd die als onderwerp “recreatief drinken” heeft, ben ik benieuwd of er mensen zijn die nog tips hebben voor enkele geschikte nummers. Ik ben voornamelijk opzoek naar nummers die de oer-emotie van het uit de ban springen vertolken, daarbij mag het ook gaan om nummers die hier juist kritiek op geven of op een of andere manier iets met het recreatieve drinken iets van doen hebben. Mijn eigen lijst is als volgt:

(titel, artiest;) Alkohol, die Ärzte; Zhiraf, Vladimir Vysotsky; Kein Alkohol ist auch keine Lösung, die Toten Hosen; Dirty Old Town, the Pogues; Ik drink/we zullen door gaan, Ramses Shaffy; Foei foei foei, Raymond van het Groenewoud; I’ll never drink again, ALexander Curly; 15 minutes, The Strokes; Wat zullen we drinken, Bots; The Piano has been drinking, Tom Waits; Kalinka, Tocotronic;

Suggesties? Schrijf een comment!

Voetbal

Voeten zijn ergens toch wel apart. Zelden blinken ze uit in schoonheid, de geur die ze verspreiden wordt over het algemeen als naar ervaren. Mijn voeten zijn waarschijnlijk de lelijkste onderdelen van mijn lichaam; Dikke aders lopen door oneindig laagland, bij de vormgeving is alleen rekening gehouden met functionaliteit. Ergens heb ik daarom ook wel weer sympathy voor ze. Mischien moet ik die haren bovenop eens uitkammen, dat geeft ze vast een netter voorkomen.

Met voetfetishisten heb ik niet zo veel, niet dat ik weet in ieder geval. De verering van de voet of het ervaren van de voet als lustobject is mij vreemd. Zeker, er zijn  uitgesproken mooie voeten… Denk ik.

De voet is praktisch. Als mens zouden voeten over het algemeen harde werkers zijn, niet wars van zelfkasteiding. “Geen pijn, geen gein” zouden ze denken. Vooruitstrevend, altijd onderweg naar betere oorden.

Zo aan het begin van het voetbalseizoen is het goed om even bij de voet stil te staan. Want zonder de voet zoals die is,  zou voetbal niet hetzelfde zijn. Ik noem het buitenkantje, de wreef, de slof, de punter… Ik noem de gedragen sok die de voetbaltas zo een eigen identiteit geeft, de blaar die iriteert, de beste man van het veld die op handen en voeten wordt gedragen.

De voet is rechter, beul of boeman. Hij velt het laatste oordeel, genadeloos haalt hij uit, keepers in ontsteltenis achter latende. Of hij felt een laatste oordeel en schiet met een lullig boogje de bal in handen van de keeper, hoongelach en verwijtende blikken zijn zijn deel. Op het voetbalveld mogen de voeten zich belangrijker achten dan de handen, zijn verder ontwikkelde familieleden. Even stelen ze de show.

Voor de zekerheid heb ik mijn voetbalschoenen nog even te luchten gezet. Morgen de eerste training, je moet wel fris beginnen natuurlijk.

Slapeloze nachten

muskietAls de temperatuur stijgt vind ik dat ergens wel leuk, twee dingen echter staan mij tegen. Ten eerste de wesp. Hoewel een mooi insect qua uiterlijk, weet hij de maand augustus compleet te vergallen. Wat stel ik namelijk het meest op prijs van mooi weer? Buiten eten en een pint kunnen drinken op een terras. Dat zonder rare bokkesprongen te moeten maken of (wanneer ik mijn rust bewaar) lijdzaam moeten toezien hoe dat stomme beest geniet van wat ik toch betaald heb. 

Daar waar de wesp nog iets is waar, wanneer niet ik, mensen om mij heen nog wel kunnen lachen is het meest hatelijk aan warm weer de slapeloze nacht.

Het begint bij de installatie van mijn te warme lichaam in mijn van dikke dekens ontdane bed in mijn te zwoele slaapkamer. Ik weet dan al namelijk dat ik het laken wat ik dan om mij heen sla gedurende de nacht met hand en tand zal moeten verdedigen. De liefde van mijn leven blijkt op dat moment een van de vele vijanden die zo’n slapeloze nacht tot een slapeloze nacht maken. Zij woelt en schopt om haar heen. Niet voor rede vatbaar.

Wanneer ik dan toch een plek heb veroverd in bed blijkt de, anders zo succesvolle, houding die ik gedurende mijn slaap placht te hebben weinig succesvol te zijn. De zoektocht naar een goed alternatief begint en zal tot het ochtendgloren duren.

Voorgaande zou dragelijk zijn en geen blog waard als er niet van die insecten zouden zijn die met hun gezoem als ‘Mescherschmidts’ langs mijn hoofd scheren. Zij beginnen met het bombarderen van alle hoop op goed uitgerust wakker worden. Meesters als zij zijn in het tot wanhoop drijven van de mens komen ze beurtelings; één voor één. Ik ga op jacht, sla menigeen dood maar toch… Op het moment dat ik dan eindelijk in slaap dreig te vallen blijkt meestal een muskiet te hebben overleefd.

“Steek me maar” denk ik nog, in de ijdele hoop dat het tergende gezoem dan zal stoppen. Maar nee, de muskiet neemt zijn tijd alvorens te steken. Verkenningsvluchten worden gemaakt.

Het zijn die momenten dat ik woest mijn bed uitspring en in staat ben met het eerste de beste projectiel de mug de adem te benemen. Dat blinde woede nergens goed voor is komt dan maar al te vaak aan het licht. Talloze malen heb ik mijzelf geslagen, eenmaal zelfs zo hard dat ik tijdelijk aan een oor half doof was.

De slapeloze nacht blijkt nooit helemaal slapeloos. De drang te slapen is schijnbaar dusdanig sterk dat de laatst overgebleven muskiet vrij spel heeft. En dan blijkt hoe venijnig zwoele zomernachten zijn: nog maar net in slaap, gaat genadeloos de wekker.

Storby

Ik word wakker omdat Storby’s ietwat ruwe tong mijn neus aan het likken is: schattig…

Storby valt in slaap op mijn hoofd terwijl ik krant lees: schattig…

Mijn computer sluit plotseling af, schuldbewust kijkt Storby mij aan: schattig…

Ik heb nooit geweten dat dingen die heel irritant zijn ook heel schattig kunnen zijn. Storby leert mij dat. Storby is niet alleen de naam van een Finse kustplaats, het is ook de naam van mijn nieuwe huisgenoot: een jonge kat.

Mijn geduld wordt nogal op de proef gesteld. Keer op keer besluit hij dat er gesloopt moet worden: planten, stroomkabels, nieuwe spijkerbroeken, was die te drogen hangt… Het is Storby om het even. “De wereld dient ontdekt te worden en daarna moet hij kapot”, lijkt hij te denken. En terwijl hij dat in de praktijk brengt vermaakt de visite zich opperbest met hem. De een na de ander verzucht hoe schattig hij wel niet is.

Ik maak mij voornamelijk zorgen om mijn home-cinema set, mijn kwetsbare externe geheugen en de planten die er ook niks aan kunnen doen. Schattig toch…

Keer op keer corrigeer ik hem met de plantenspuit wanner hij de fijn geweven gordijnen aanvalt, over het eten dreigt te lopen of via mijn spijkerbroek het aanrecht opklimt. Knarsetandend bedenk ik me hoe schattig hij wel niet is.

Ik aanvaard Storby. Zijn minder aangename gedrag compenseert hij middels ontelbare kopjes. Toch… Ik kan niet wachten tot hij een oude kat is die dele dag wat luiert en compleet niks uitvoert dan op de een of andere stoel te liggen en af en toe veel te duur kattenvoer op te eten.

Storby is heel erg schattig, mischien wel iets te schattig.